Op het noordelijkste puntje van Texel worden kokkels (Cerastoderma edule) gekweekt in waterbassins aan de kust. Op Texel verzilt de landbouwgrond. Nu kun je die grond teruggeven aan de natuur, maar je kunt ook een tussenvorm verzinnen.
In Polder Wassenaar op Texel hoeven boeren niet meer te proberen aardappels, suikerbieten of graan te telen. Veel te zout. Onderzoekers hebben eens gekeken of er een toekomst bestaat voor boeren om op de verzilte kustgrond kokkels te kweken. Die schelpdieren zijn in doorstroombassins geplaatst die verbonden zijn met de Waddenzee en daardoor lopen vol en leeg met de getijden.
De uitkomsten lijken hoopvol. Het lukte onderzoekers van Wageningen Marine Research in 2023 om kokkels in de bassins te laten groeien. Hoe groter de kokkel, hoe meer geld hij waard is. De onderzoekers berekenden dat hun kokkelkweek dat jaar ongeveer €4,600 per hectare waard was volgens de toen geldende visserijprijzen, al waren de kosten en onderhoud niet meegenomen.
Die opbrengst zou nog veel hoger moeten worden, want in 2023 overleefde gemiddeld slechts 21 procent van de kokkels het kweekseizoen. De oorzaakg voor dit vrij lage overlevingspercentages was moeilijk vast te stellen. Het kan komen door te veel sedimentophoping in de bassins, stress, verhongering of parasieten.
“Die overleving is de belangrijkste factor die verbeterd moet worden, wil je dit als boer commercieel gaan doen”, stelt hoofdonderzoeker Enzo Kingma. “Maar wat we in ieder geval zagen is dat kokkels goed groeien binnen zo’n systeem.”
Waterverversing
De voornaamste verbetererount is het verversingsregime van inkomend zeewater. Het bassin op Texel waarin de kokkels groeien hebben kleine sluizen. Daar komt zout zeewater tijdens vloed binnen. Als deze sluizen te ver open staan, komt er samen met het water veel sediment binnen en kunnen de kokkels onder slibben. Als de sluizen niet ver genoeg open staan, komt er te weinig plankton binnen; voedsel waar de kokkels door groeien.
Voor een rendabele kokkelboerderij moet je dus spelen met die optimale toevoer van vers zeewater. Tijdens het algengroeiseizoen in het voorjaar is het slim om de sluizen wijd open te zetten vanwege de grote hoeveelheid plankton in zee. In het najaar is het beter om minder water toe te laten, anders komt er teveel sediment binnen. Sediment is niet alleen onwenselijk omdat het kokkels smoort, maar ook vanwege vertroebeling. Juist in helder bassinwater kan plankton groeien voor de kokkels. Dat hoeft dan niet van buitenaf te komen.
Eerder onderzoek
De onderzoekers uit Wageningen waren niet de eerste die zich verdiepten in de kokkelkweek. Een onderzoeksteam onder leiding van Katja Philippart onderzocht eerder al hoe haalbaar kokkelkweek in een zoutwaterbassin aan de rand van de Nederlandse Waddenzee zou zijn[2]. Zij toonden in 2020 met kleine aantallen (2,4 kokkel per m2) aan dat gecontroleerde kweek mogelijk is.
In het nieuwe onderzoek wilden wetenschappers onderzoeken of er ook veel meer kokkels in de kweekbakken groot zouden worden. Alleen met grotere hoeveelheden zou de activiteit immers economisch interessant worden. Daarom haalden de onderzoekers kokkels bij de zandbank Richel weg en stopten die in de bassins: 300 kokkels per m2. Hun conclusie: kokkelkweek is potentieel inderdaad rendabel.
Volgens Kingma zou je in een ideale situatie geen kokkels uit zee willen halen voor een kokkelkweekbedrijf, maar wil je dat kokkelbroed zichzelf gaat vestigen. Daarmee is de activiteit duurzamer en voorkom je tevens dat kokkels sterven bij het vangen, transporteren en wennen aan de omstandigheden in de bak.
De kokkelkweek bleek nogal arbeidsintensief, omdat er handmatig zeewier uit de kokkelbedden moest worden geharkt. De onderzoekers denken dat een mechanische methode de kosten zou drukken.
[1] Kingma et al: Shell yeah! Cockle farming as alternative land use in salinized coastal lowlands: A case study on Texel, The Netherlands in Aquaculture Reports – 2025. Zie hier.
[2] Philippart et al: Ecological Engineering for the Optimisation of the Land-Based Marine Aquaculture of Coastal Shellfish in International Journal of Environmental Research and Public Health – 2020. Zie hier.


No comments:
Post a Comment