Noordzeekreeft

De Noordzeekreeft (Homarus gammarus) heet officieel de Europese zeekreeft en is tegenwoordig zeer zeldzaam in de Waddenzee. Zo af en toe wordt er eentje gevangen als dwaalgast, maar er is geen gevestigde populatie meer. Deze kreeftensoort komt voor in het noordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan, van noordelijk Noorwegen tot de Azoren en Marokko, exclusief de Oostzee. De soort is ook aanwezig in het grote delen van de Middellandse Zee en langs de zuidwestkust van de Zwarte Zee.
De Europese zeekreeft is een groot lid van de kreeftenfamilie. Deze soort kan een lichaamslengte tot 60 centimeter en een gewicht van vijf kilogram bereiken, hoewel de kreeften die in kreeftenfuiken worden gevangen meestal een stuk kleiner zijn.

Net als andere schaaldieren hebben kreeften een hard exoskelet dat ze moeten afwerpen om te groeien. Dat is een proces dat ecdysis ('vervellen') wordt genoemd. Dit kan meerdere keren per jaar gebeuren bij jonge kreeften, maar neemt af tot eens in de 1 tot 2 jaar bij grotere dieren. Het eerste paar pereiopoden ('looppoten') is voorzien van een groot, asymmetrisch paar poten. De grotere is de 'verpletteraar' en heeft afgeronde knobbels die gebruikt worden om prooien te verpletteren. De andere is de 'snijder', die scherpe binnenranden heeft en wordt gebruikt om de prooi vast te houden of te verscheuren. Meestal is de linkerschaar de verpletterende schaar en de rechter de snijder.

De kreeft jaagt 's nachts op wormen, zee-egels en schelpdieren. Soms worden ook vissen en andere schaaldieren gegeten.

Het exoskelet is over het algemeen blauw aan de bovenkant, met vlekken die samenvloeien, en geel aan de onderkant. De rode kleur die met kreeften wordt geassocieerd, verschijnt pas na het koken. Dit komt doordat het rode pigment astaxanthine bij levende exemplaren gebonden is aan een eiwitcomplex, maar dit complex wordt door de hitte van het koken afgebroken, waardoor het rode pigment vrijkomt.

Het eerste deel van de wetenschappelijke naam, Hommarus, is geleend uit het Oudfrans, waar homard 'kreeft' betekende. Het woord is vermoedelijk via de Vikingen de Franse taal binnengeslopen, want in het Oudnoors is humarr ook 'kreeft'. Het tweede deel, gammarus, komt rechtstreeks uit het Latijn, waar het wood ook al 'kreeft' betekende.

Het vlees van de Noordzeekreeft wordt traditioneel bijzonder gewaardeerd. Het wordt door 'de handel' vers, bevroren, ingeblikt of in poedervorm aangeboden. Zowel de scharen als het achterlijf van H. gammarus bevatten uitstekend wit vlees, en het grootste deel van de inhoud van het kopborststuk is eetbaar. De uitzonderingen zijn de maagmolen en de "zandader" (darm).

Zijn broertje, de Amerikaanse zeekreeft (Homarus americanus), is misschien wat talrijker en goedkoper, maar de Europese soort wordt alom als smaakvoller beschouwd.

No comments:

Post a Comment