Bot

De bot (Platichthys flesus) is een typische platvis van de Waddenzee en de Nederlandse kustwateren. Deze bodemvis past perfect bij het wad: hij ligt vaak verborgen in het slib of zand en is een van de vissen die je als kind al kon vangen in de kreken en geulen bij eb.
Met zijn platte, goed gecamoufleerde lichaam is hij nauwelijks te onderscheiden van de zanderige bodem. Hij is robuust, smaakvol en relatief duurzaam wanneer hij uit goede bron (lees: de Waddenzee) komt. De bot voelt zich thuis in zout, brak én zoet water, wat een zeldzame eigenschap onder platvissen is.

De bot behoort tot de schollenfamilie (Pleuronectidae). Volwassen botten leven het grootste deel van het jaar in estuaria en ondiepe kustwateren op modderige of zanderige bodems, vaak tot dieptes van 50 tot 100 meter. In de winter trekken ze naar dieper, warmer water om in het voorjaar te paaien. De larven drijven planktonisch mee met de stroming naar de kust. Jonge botjes gebruiken selectieve getijdenstromen om estuaria en rivieren binnen te trekken, soms honderden kilometers landinwaarts.

Jonge botjes (juvielen) voeden zich met plankton en insectenlarven, terwijl oudere exemplaren op de bodem scharrelende prooien eten, zoals wormen, schelpdieren, kleine kreeftachtigen en soms visjes. Ze zijn vooral actief in de nachtelijke uren en graven zich overdag in. De bot kan, als hij zijn best doet, tot 50 tot 60 centimeter lang worden en een gewicht van enkele kilo’s bereiken, hoewel exemplaren uit de Waddenzee meestal een stuk bescheidener blijven (circa 25 tot 30 centimeter). Een opvallend kenmerk van de bot is de oogpositie: meestal rechtsogig, maar er komen ook linksoog-varianten voor bij 10 tot 20% van de populatie. Het is iets wat de wetenschap polymorfisme noemt en vergelijkbaar is met linkshandigheid bij mensen. Mannetjes worden geslachtsrijp na 2 tot 3 jaar, vrouwtjes wat later na 3 tot 4 jaar. Botten kunnen tot 15 jaar oud worden.

In de Waddenzee speelt de bot een belangrijke rol in het voedselweb als predator van bodemfauna en prooi voor vogels zoals aalscholvers. Door klimaatverandering en hogere zomertemperaturen ontstaan zorgen over de overleving van jonge botten, die gevoelig zijn voor warmte. Ook habitatverlies en vervuiling vormen lokale bedreigingen.

Het eerste deel van de wetenschappelijke naam, Platichthys, is een combinatiewoord van Oudgriekse herkomst, want platús (πλατύς) betekent 'plat' en ichtys (ιχθγς) 'vis'. Samen is dat dus 'platvis'. Het tweede deel, flesus, is afgeleid van het Latijnse werkwoord flēre, wat 'huilen' of 'wenen' betekent. Kennelijk vond de naamgever dat een bot er wat treurig uitzag, misschien mede door de stand van zijn ogen.

De bot uit de Waddenzee en Noordzee wordt vaak als bijvangst gevangen, maar er bestaan gerichte visserijen met fuiken, kieuwnetten of sleepnetten in estuaria. Kies bij voorkeur voor vis met een MSC-keurmerk of van kleine, lokale vissers. Vroeger bestond er vooral op de Waddeneilanden een kleinschalige visserij op bot ('botkloppen').

De soort is in zijn algemeenheid niet bedreigd, maar populaties kunnen lokaal afnemen door overbevissing van grote individuen, habitatverlies en temperatuurstijging. Hij is een prima keuze voor wie lokaal en seizoensgebonden wil eten. Verse bot heeft een milde, zoete smaak met een stevige bite. Dat maakt 'm ideaal voor bakken, grillen of stoven.

No comments:

Post a Comment